Meervoud Frans regels & uitleg: le pluriel des noms

Bijleren: talen 6 min read

Kerstmis is in zicht, de sneeuw dwarrelt naar beneden en je geniet net van een warme chocolademelk met een torentje slagroom … en dan belt je Franse oudtante met nieuws à la dernière minute dat ze met de hele familie kerstavond bij jou komen vieren! Plots moet je alles voor meerdere personen voorzien. Geen zorgen, de bijleselfjes helpen je graag met alles om te toveren van het Franse enkelvoud naar het Franse meervoud! In dit artikel lees je alle regels van het meervoud in het Frans: op -s, op -x, welke meervouden niet veranderen en welke uitzonderingen er zijn. Vergeet ten slotte ook nooit het bijvoeglijk naamwoord en het lidwoord mee aan te passen! Daarna ben je helemaal klaar voor de joyeuses fêtes (prettige feestdagen).

1. Meervoud Frans op -s

De algemene regel voor het Franse meervoud is vrij eenvoudig. Je voegt simpelweg een -s toe aan het enkelvoudige naamwoord, et voilà, het meervoud is gevormd.

De regel geldt voor les noms (naamwoorden): le substantif (het zelfstandige naamwoord) en l’adjectif (het bijvoeglijk naamwoord) en dit ongeacht le genre (het geslacht) : masculin ou féminin (mannelijk of vrouwelijk) van het woord.

Let op: in het Nederlands maak je samenstellingen door twee substantieven aan elkaar te plakken. In het Franse meervoud voeg je na het eerste woord de toe, gevolgd door een onveranderlijk substantief. Bv. kerst-, zoals in kerstbomen, wordt sapins de Noël, en niet sapins de Noëls, of in kerstmarkten, marchés de Noël. Je zet het tweede woord dus niet in het meervoud.

Zo, nu kan je alvast meedelen in de uitnodiging dat je de kerstballen in de kerstboom hebt gehangen, twee mooie sneeuwmannen hebt gemaakt en dat er drie kleine engelen in de grote kerststal zweven.

2. Meervoud Frans op -x

Na wat online winkelen en wat spulletjes op de kerstmarkt gehaald te hebben, liggen al jouw cadeautjes mooi onder de kerstboom te blinken. Laat je niet verwarren door het meervoud in het Nederlands! ‘De cadeaus’ vertaal je namelijk als les cadeaux. Het woord werd door de Nederlandse taal aan het Frans ontleend.

2.1 -au, -eu, -eau -> x toevoegen

Aan zelfstandige en bijvoeglijke naamwoorden die eindigen op -au, -eu, -eau voeg je een -x toe achteraan het woord (in plaats van een -s) in het Franse meervoud.

    • Ma mère porte un beau manteau d’hiver. (Mijn mama draagt een mooie wintermantel).
      • Mes parents portent de beaux manteaux d’hiver. (Mijn ouders dragen mooie winterjassen).
    • Je présente un bon vœu aux invités. (Ik deel een goede wens met de gasten).
      • Je présente de bons vœux aux invités. (Ik deel goede wensen met de gasten).
    • La famille joue un jeu de société. (De familie speelt een gezelschapsspel).
      • La famille joue des jeux de société. (De familie speelt gezelschapsspelletjes).

2.2 -al -> -aux

De woorden die eindigen op -al krijgen een meervoud op -aux.

Op deze regel zijn er enkele uitzonderingen die toch een -s hebben in het Franse meervoud.

2.3 -ail -> -s toevoegen

Meestal wordt bij de woorden op -ail een -s toegevoegd, maar sommige woorden veranderen toch in -aux.

2.4 -ou -> -s toevoegen

Ook bij de meeste woorden op -ou voeg je een -s toe in het meervoud Frans. Er zijn enkele uitzonderingen waarbij de -s een -x wordt!

3. Meervoud Frans dat niet verandert

Oef, na heel wat raden of er nu bij sommige woorden een -s of een -x komt kijken, zegt onze oudtante dat er ook heel wat makkelijkere woorden zijn, waarbij je helemaal niets hoeft te doen!

Wanneer een woord eindigt op een -s, -x of -z in het enkelvoud, is de meervoudsvorm hetzelfde!

  • On ne révèle pas le prix précis d’un cadeau. (Men onthult de exacte prijs van een cadeau niet.)
    • On ne révèle pas les prix précis des cadeaux. (Men onthult de exacte prijzen van cadeaus niet.)
  • Mon nez coule du froid. (Mijn neus loopt door de koude).
    • Nos nez coulent du froid. (Onze neuzen lopen door de koude).

Enkele andere onveranderlijke vormen zijn woorden die enkel in het meervoud bestaan in het Frans. Dit heet een plurale tantum, een woord dat enkel in het meervoud bestaat.

  • Les représailles (de vergelding, de wraak(actie)).

Est-ce que le chat planifie des représailles ? Il n’a pas encore vu un cadeau de croquettes. (Plant de kat een wraakactie? Hij heeft nog geen cadeautje met kattenbrokken gezien.)

  • Les ténèbres (de duisternis, het donker, de schaduw)

Le chat se tient dans les ténèbres. (De kat schuilt in het donker).

  • Les préparatifs (de voorbereiding).

Bovenaan je lijstje kan je dus préparatifs schrijven, of het synoniem préparation met een meervoud op -s, préparations.

Zo ook: les fiançailles (de verloving), les mœurs (de zeden), les frais (de kosten), les funérailles (de begrafenis), les archives (het archief).

4. Uitzonderingen meervoud Frans

Een laatste (een beetje te verwachten) verrassing wacht ons nog onder de kerstboom: de onregelmatige vormen die de voorgaande regels niet volgen. Er zijn gelukkig niet al te veel heel onregelmatige vormen. De belangrijkste hebben de bijleselfjes nog even opgelijst hieronder.

Aanspreekvormen:

Overige woorden:

5. Vergeet het lidwoord niet!

De zelfstandige naamwoorden gaan meestal gepaard met een lidwoord. Vergeet dus zeker niet om dit mee aan te passen wanneer je een woord in het meervoud zet. Het lidwoord komt altijd overeen in nombre (getal) : singulier ou pluriel (enkelvoud of meervoud) en genre (geslacht) met het zelfstandige naamwoord waar het bij hoort.

Attention ! Het onbepaalde lidwoord voor het Franse meervoud heeft geen equivalent in het Nederlands.

Un bonhomme de neige = een sneeuwman.
Des bonhommes de neige = sneeuwmannen.

Et les elfes du tutorat te souhaitent … de joyeuses fêtes ! (En de bijleselfjes wensen je prettige feestdagen!) Wacht even, waarom schrijven we hier dan geen des? In drie gevallen wordt de meervoudsvorm des aangepast naar de kortere vorm de. We geven je alvast kort de drie regels mee om toe te voegen aan jouw goede voornemens. Des -> de :

      1. De + adjectif + nom (de + adjectief dat bij een substantief hoort + substantief).

Dit is enkel het geval wanneer het adjectief vóór het substantief staat.

              • Je mets de jolies boules de Noël dans le sapin. (Ik hang mooie kerstballen in de kerstboom).
              • Maar: L’enfant a reçu des joujoux colorés. (Het kind heeft bontgekleurde speeltjes gekregen). -> Hier staat het bijvoeglijk naamwoord wel achter het substantief.

De twee andere regels zijn:

2. Négation + de + nom (ontkennende zin + de + substantief)

3. Adverbe de quantité + de + nom (bijwoord van hoeveelheid + de + substantief).
Voor meer uitleg hierover kan je met de slee naar volgend artikel glijden over l’article partitif (het delend lidwoord).

Liefste student, de kerstboom staat klaar en de tafel is gedekt. De lichtjes fonkelen en je hele familie (met Franse oudtante) zit knus binnen. Wat heb je veel geleerd over le pluriel des noms en français dit jaar! We wensen je een schitterende volgende toets Frans toe. Jouw kapoenen, de bijleselfjes.

Heb je toch nog een beetje moeite met de meervoudsregels in het Frans of loop je vast op andere onderdelen van de Franse grammatica? BijlesHuis heeft heel wat ervaren en gediplomeerde docenten Frans beschikbaar. Ze helpen je graag met 1-op-1 bijles Frans aan huis of online.

Krijg je graag maandelijks onze nieuwste artikels in je mailbox? Schrijf je hieronder in voor onze nieuwsbrief! (PS wij vinden spam net zo vervelend als Franse grammaticale uitzonderingen ... dus je krijgt er geen van ons.)

frans Frans leren frans lidwoorden meervoud frans
Updates ontvangen met didactische inzichten?
Sign up for our newsletter