De past simple is één van de tijden die je kunt gebruiken om in het Engels over gebeurtenissen in het verleden te vertellen. Maar, is het gebruik van deze tijd wel zo ‘simpel’? In dit artikel lees je meer over de vorming en het gebruik van de Engelse verleden tijd. Daarnaast ontdekken we ook wanneer we de past continuous gebruiken. Om deze tijden te illustreren, vertelt studente Sophia je graag wat meer over haar uitstap naar de zoo. Geen tijd voor apenstreken dus!

Hoe vorm je de past simple en past continuous?

a) Past simple

Hoe vorm je de past simple? In het Nederlands wordt de onvoltooid verleden tijd (of OVT) gevormd door ‘te’ of ‘de’ aan de stam van het werkwoord toe te voegen. De regel, bij regelmatige werkwoorden, is dus: stam + te/de. In het Engels luidt de regel: stam + ed. Zo krijg je bijvoorbeeld in het Nederlands “ik werkte” en in het Engels “I worked”.

Helaas bestaat er in het Engels een hele lijst van werkwoorden die deze regel niet volgen. Dit zijn dan ook werkwoorden die je vanbuiten moet leren. Maar geen zorgen, speciaal voor jou creëerden we een handige cheat sheet die je hier kan afdrukken om naast je te leggen tijdens het studeren. Of, je kan de cheat sheet ook hieronder bekijken:

b) Past continuous

De past continuous is de progressieve vorm van de verleden tijd in het Engels. Deze tijd vorm je met de past simple van het hulpwerkwoord to be (was/were), gevolgd door de present participle van het werkwoord. De regel is dus: was/were + present participle (verb-ing). De present participle (of onvoltooid deelwoord) wordt in het Engels gevormd door -ing aan de stam toe te voegen. Zo wordt ‘to work’ in de past continuous ‘I was working’ of ‘you were working’.

Zoals vermeld in het artikel van de present continuous, volgt niet elk werkwoord de regel ‘stam + -ing’. Zo wordt bijvoorbeeld bij de vorming van het onvoltooid deelwoord van ‘to control’ de laatste medeklinker verdubbeld. We sommen de uitzonderingen hier nog even op:

  • Korte werkwoorden met één klinker:
    je verdubbelt de medeklinker voor -ing (running, stopping, cutting).
  • Werkwoorden die eindigen op een klinker + ‘l’:
    je verdubbelt de medeklinker voor -ing (travelling, controlling, cancelling).
  • Werkwoorden die eindigen op -e:
    de -e verdwijnt en je plakt -ing erachter (taking, making, giving).
  • Werkwoorden die eindigen op -c:
    je schrijft een ‘k’ voor -ing (panicking, mimicking).

Wanneer gebruik je de past simple en de past continuous?

a) Simple past

  1. Om in het algemeen gebeurtenissen te bespreken die in het verleden plaatsvonden:
    I took a lot of pictures of the giraffes. It was difficult to get their long necks in the shot...
    We saw a lion sleeping in the sun, such royal creatures!
  2. Om over een specifiek punt in het verleden te spreken en om over eenmalige gebeurtenissen uit het verleden te spreken. Dit kan in combinatie met signaalwoorden als yesterday, two minutes ago, in 2011, with Christmas (als het over een voorbije Kerst gaat), last Friday, the other day...
    We visited the zoo of Antwerp yesterday and I cannot wait to tell you all about it!
    At the end of the day, I bought some souvenirs from the gift shop. Don’t tell my mom, but I bought a fake spider and I’m waiting for the perfect time to scare her with it.

  3. Om een reeks van gebeurtenissen uit het verleden weer te geven:
    We went to see the aviary bird show at noon and as soon as we sat down, the lights went out. I was frightened.
    There was a man behind me in the line who was constantly talking about reptiles. I bet he entered the park, took a map, followed the signs and found the reptile house.

Heb je graag een overzicht van alle gebruiken van de past simple? Dan bieden wij jou graag deze cheat sheet aan! Als je deze liever naast je legt tijdens het studeren, kan je deze hier downloaden om af te drukken.

b) Past continuous

  1. Om lange acties in het verleden weer te geven:
    The penguins were chasing after each other during the morning.
    Throughout the day there were birds flying around the zoo. Some people received some rather unpleasant surprises on their heads...

  2. Om tijdelijke situaties en gewoontes aan te duiden. Bij de tijdelijke gewoontes kunnen woorden als always of continually gebruikt worden om ergernis aan te duiden:
    During the first hours in their new enclosure, the monkeys were continually fighting for a spot on the highest branch. The biggest monkey won, but he quickly found out that the branch couldn’t support his weight.
  3. In combinatie met de past simple: je gebruikt de past continuous om lange acties weer te geven die onderbroken door korte acties in de past simple. In deze zinnen kan je gebruik maken van de signaalwoorden when en while:
    The monkeys started a food fight while I was trying to listen to the guide.
    Two little kids were laughing when one of the penguins slipped and their mother said: “See kids, this is why we tell you to not run around the pool.”

Net zoals bij de past simple bieden wij jou graag een cheat sheet met alle gebruiken van de past continuous aan. Ook deze kan je downloaden en afdrukken via deze link.


Hopelijk is het nu helemaal duidelijk hoe je de past simple en past continuous moet gebruiken. Zou je hier graag verder op oefenen? Op deze website vind je oefeningen op alle Engelse tijden. Heb je toch nog wat moeite met de past tenses of andere werkwoordstijden? BijlesHuis biedt 1-op-1 bijles Engels aan met een ervaren en professionele docent. Die komt aan huis of geeft jou online bijles. Neem vrijblijvend contact op om een bijlesdocent te vinden!

🌐 BijlesHuis - Vind de perfecte lesgever

​Wil je op de hoogte blijven van onze nieuwste artikels? Schrijf je dan in voor onze maandelijkse - spamvrije - nieuwsbrief: